het begin van de enkhuizer damklub

 

koninklijk goedgekeurd

door Hans van der Veen
Al in de negentiende eeuw werd er in de provincie Noord-Holland veel gedamd, met name in de Beemster. Enkele bekende namen uit die tijd zijn bewaard gebleven, zoals De Heer en Noome, hele families van sterke dammers. Ook in Enkhuizen werd er al gedamd. De oudste gegevens die we kennen stammen echter uit de eerste jaren van de twintigste eeuw.
Een groepje van zes sterke dammers had zich verenigd en speelde regelmatig thuis ten huize van Klaas Mantel in het Westeinde. Behalve deze waren het Johannes Kooy, Piet Kort (die een oude boerderij bewoonde op de hoek van het Handvastwater en de Noordergracht), Jacob Swier en Jan Roosendaal.

Er waren nog meer sterke dammers in de stad, zoals "meester" Velds, onderwijzer aan de Kuipersdijkschool (lagere school) en woonachtig aan het Spui, pal tegenover de Dromedaris. Ook de stadsarchivaris en historicus Douwe Brouwer, was een sterk dammer, een zeer bekend Enkhuizer naar wie zelfs een straat is vernoemd.
Tenslotte valt er een derde groep te onderscheiden. Zo rond de eeuwwisseling stond er in elke heren-kapsalon wel een dambord waar vaak de hele dag op gespeeld werd en uit die categorie dammers kennen we A.Korff (later verhuisd naar Haarlem) en de bijzonder sterke Gerrit Spijker (verhuisd naar Overijssel).
Thomas Lub begon in die jaren het damspel te spelen. Als bakkersknecht kwam hij bij Mantel aan huis en raakte daar aan het dammen. Hij zou meer dan 65 jaar lid van de Enkhuizer Dam Club blijven, waarvan vele jaren als voorzitter en niet zo maar een voorzitter. Zonder Thomas Lub zou het met de Enkhuizer Dam Club niet veel geworden zijn. Tot op zeer hoge leeftijd leerde hij jongeren de kneepjes van het vak.

In januari 1906 plaatste het Vereenigd Amsterdamsch Damgenootschap in veel plaatsen in het land advertenties in de kranten om dammers op te roepen clubs te stichten. Alle kosten die er voor propaganda gemaakt moesten worden, nam het VAD op zich. Spijker en Korff reageerden erop toen het bericht in de Enkhuizer Courant verscheen. Ze verenigden zich met Brouwer, Mantel en Broer om iets van de grond te krijgen, waaruit moge blijken dat de verschillende groepjes wel degelijk contact met elkaar hadden.
Het resultaat was op 3 maart 1906 in de Oranjezaal een simultaanseance door Jacob de Haas van het VAD, toen al verschillende keren nationaal kampioen. Er deden 23 personen mee en na afloop van de seance werd er meteen een club opgericht. Het ledental daalde weliswaar naar 20, maar de club was er en op 8 maart werd er een bestuur gekozen. Velds werd voorzitter, nadat Brouwer voor deze functie had bedankt. Korff werd secretaris en Brouwer penningmeester, maar een jaar later zou hij toch de voorzittershamer overnemen.

In de eerste jaren werden er verschillende simultaanseances gehouden, waarvan hieronder een overzicht.

datum simultaanspeler aantal deelnemers opvallende resultaten
3 maart 1906 Jb.de Haas 23 Jb.de Jong en G.Spijker winnen
Th.Lub remise
11 maart 1906 Battefeld 19 Th.Lub en Jb.Swier winnen
Bloemendaal, Geerling, De Vos,
De Vries en P.Visser remise
24 november 1906 Battefeld 14 D.Brouwer wint
Kort, Spijker en Visser remise
29 januari 1907 W.Vijn 18 C.Mantel en Jb.Swier winnen
D.de Vries remise
1 oktober 1907 W.Vijn 18 Vervloet wint
C.Mantel remise
29 februari 1908 Jb.de Haas 21 Jde Jong wint
D.de Vries en J.Kooy remise
17 november 1908 G.Spijker 16 Spijker verliest er twee en speelt vier remises



Al dadelijk na de oprichting werd er een soort onderlinge competitie gehouden, waaraan tien dammers deelnamen. Van hen bleek D.Brouwer de sterkste; tweede werd C.de Vos en derde Th.Lub. Elke week was er een clubavond, maar in de maanden april tot en met oktober eens in de veertien dagen. De avonden waren bijzonder gezellig, maar de opkomst was gering. Het gebeurde maar zelden dat er meer dan 10 spelers kwamen. De reden kon men niet vinden. Zat het in de lokaliteit?
Eén discussiepunt in die eerste jaren was dus de speelruimte. Een ander punt was de dambond. Moest de club erin meespelen, dus lid worden of niet? Toen de dambond in tweeën brak werd de keus nog moeilijker, want bij welke groep moesten we ons aansluiten? Om lid te worden van de officiële dambond, moest men als club Koninklijke Goedkeuring hebben. Na veel vergaderen werd inderdaad besloten om deze aan te vragen. Grote voorstander hiervan was de latere secretaris Morriën.
De koninklijke goedkeuring werd verleend op 2 mei 1908, een datum om te onthouden. Al dadelijk ging de Enkhuizer Damklub - zoals de naam van de vereniging werd - een propagandistische functie vervullen. Onder leiding van het lid P. Visser werd er in Hoorn een damclub opgericht in 1908. Jammer dat deze club na een lang leven ten onder moest gaan, zoals zo veel Westfriese clubs. In Hoorn is er gelukkig in de zeventiger jaren weer een nieuwe club ontstaan.
Op 18 december 1908 werd er in Grootebroek een simultaan-séance gegeven door Spijker, dankzij de bemiddeling van de heer Keersemaker. Van de 20 partijen verloor Spijker er drie en speelde hij er ook drie remise. Ook hier werd na afloop een club opgericht met 15 leden.

De eerste onderlinge competitie waar we duidelijke cijfers van hebben gevonden, werd gehouden in het seizoen 1907-1908. De uitslag was:

1. Gerrit Spijker 26 punten
2. Jb.Swier 24 punten
3. Piet Kort 21 punten
. Thomas Lub 21 punten
5. J.Kooy 20 punten
. D.de Vries 20 punten
7. J.de Jong 18 punten
8. Klaas Mantel 17 punten
9. Broer 16 punten
. Douwe Brouwer 16 punten
11. C.Mantel 15 punten
12. Ide de Vries 14 punten
. Vervloet 14 punten
14. P.Visser 11 punten
15. A.Korff 10 punten
16. Kok 8 punten
17. Morriën 7 punten


Het moet toch een aardig groepje geweest zijn. C.de Vos komt bij voorbeeld niet eens op de lijst voor en ook Velds niet, die toen zeker nog lid geweest moet zijn.

Hoe serieus er gespeeld werd, is ons niet duidelijk. de uitslag doet vermoeden dat lang niet iedereen alle wedstrijden heeft gespeeld. Bij het optellen van de punten komen we er echter maar vier tekort , wat zou kunnen betekenen dat wel vrijwel een volledige competitie is gespeeld. Maar het is natuurlijk ook mogelijk dat sommige spelers meerdere keren tegen elkaar zijn uitgekomen.

Tot slot nog even een overzicht van de vergaderingen die er in die eerste twee jaar plaatsvonden.

3 maart 1906 oprichtingsvergadering + over simultaan  
8 maart 1906 algemene vergadering voor verkiezing bestuursleden notulen
13 november 1906 algemene vergadering
20 november 1906 algemene vergadering over simultaan
5 maart 1907 jaarvergadering
7 mei 1907 algemene vergadering over de dambond
8 september 1907 bestuursvergadering over de dambond en over simultaan
24 september 1907 algemene vergadering
17 december 1907 algemene vergadering vanwege aftredend bestuurslid
17 maart 1908 jaarvergadering


De kracht van de Enkhuizer dammers
Hoe het nu precies stond met de kracht van de Enkhuizer dammers in de beginperiode is moeilijk te zeggen. We kunnen wel stellen dat het dampeil in verhouding tot het spelniveau landelijk en internationaal gezien in de loop der jaren niet veel is veranderd en dat het niveau vooral in de eerste jaren niet zo hoog aangeslagen mag worden, maar zekerheid daarover hebben we natuurlijk niet. Regionaal hadden de Enkhuizer dammers toch wel enig aanzien en het waren toch wel schrandere geesten die zich bij de club hadden aangemeld. Op 6 januari 1909 zendt secretaris Korff een brief aan J. de Haas, waarin onder meer staat te lezen: Als een bewijs dat Spijker een bekwaam speler is volge hier een stand tussen hem en een lid van onze klub.

begin 1
De heer Spijker (zwart) SPEELT 16-21, 7-12, 9-13, 8-13, 24-30, 14-19, 20X47
Wie de stand naspeelt zal ontdekken dat wit de zwarte dam meteen kan afpakken, ten koste van drie schijven, waarna zwart nota bene een schijf achter staat. Zou het uitvoeren van een combinatie dan belangrijker geweest zijn dan de partijwinst? Dacht men onvoldoende door of een dergelijke slagzet wel voordeel zou brengen? Of heeft Korff zich gewoon in de stand vergist?

Om de krachten met anderen te meten, werden er wat wedstrijden tegen andere plaatsen gespeeld. Op 8 december 1908 kwamen er vier leden van de Hoornse damclub op bezoek om in twee ronden tegen Enkhuizen te spelen. De eerste ronde was Hoorn het sterkst, maar in de tweede ronde werd revanche genomen, zodat de eindstand 9-7 voor Enkhuizen werd. Uit het feit dat er twee wedstrijden werden gespeeld, kan men al zien dat er niet met die ernst gespeeld werd als we zouden verwachten. De clubavond duurde gewoonlijk ook van zeven tot negen. Stel dat het bij deze tweekamp een uurtje later is geworden….