dinsdag 8 februari          
purmerend - edc 4 - 4
ramon sakidin - hans van der veen 2 - 0
jan hania - nico leemberg 0 - 2
pieter kuijper - richard bos 1 - 1
mohammed wagid h. - peter noé 1 - 1


Het was een gokje: ik moest dan remise spelen tegen Ramon, een beetje veel gevraagd al ging het lange tijd goed. Een rekenfoutje mijnzerzijds in de slotfase gaf hem gelegenheid door te breken en dat was winst ook. Niettemin een heel genoeglijk partijtje gespeeld en eindelijk had ik weer eens iemand gevonden die nog een paar vluggertjes achteraf wilde.

Bord 1 Ramon Sakidin (1211)–Hans van der Veen (152) 2–0
1.32-28 20-25 2.37-32 18-23 3.41-37 12-18 4.31-27 7-12 5.46-41 1-7 6.37-31 17-22 7.28x17 12x21 8.41-37 7-12 9.33-28 15-20 10.27-22 18x27 11.31x22 11-17 12.22x11 16x7 13.36-31 21-26 14.39-33 10-15 15.44-39 5-10 16.50-44 13-18 17.31-27 9-13 18.33-29 4-9 19.39-33 20-24 20.29x20 15x24 21.44-39 10-15
Ik heb een possje zitten rekenen op 14-20 en op 24-30.
22.37-32 26x37 23.42x31 12-17
Zie diagram.
nw10_1
Ik zat heel ingewikkeld te rekenen: op 47-42 kan de combinatie 17-22, 6-11, 7-11, 23-29, 13-18, 19x46 maar de dam is veel te duur. Wit pakt hem zeker voor een paar stenen af en loopt zelf wel door. Maar de dam kan natuurlijk veel goedkoper door 17-21, 18-22 en 23-29.
24.31-26 8-12 25.34-29 23x34 26.40x20 15x24 27.27-22 18x27 28.32x21 7-11 29.45-40 3-8 
Hier was 11-16 verboden wegens 40-34, 28-23, 33x11!! En 34-30
30.40-34 24-30 31.35x24 19x30 32.38-32 13-18 33.43-38 9-13 34.34-29 30-35 35.49-44 14-19 36.48-43 17-22 37.28x17 11x22 38.32-28 19-23 39.28x19 13x24 40.29x20 25x14 41.47-42 14-19
Zie diagram 2.
nw10_2
Een beetje voor de hand liggende zet en ik rekende erop dat ik een eventuele doorbraak aan deze kant van het bord naar achteren zou kunnen wegruilen, maar dan heeft wit een verrassing in petto. Maar er is nog niets aan de hand, hoor.
42.39-34 19-23 43.33-29 8-13 44.21-16 6-11
En dat is dan toch de beslissende fout. 13-19 had waarschijnlijk naar remise geleid.
45.16x7 2x11 46.29-24 11-17
Want teruggooien kan niet!
47.43-39 22-27 48.24-20 13-19 49.20-15 19-24 50.15-10 17-22
Want op 24-29 komt 44-40 en 10-5, maar 23-29 lijkt me achteraf veel beter
51.10-4 12-17 52.38-33 23-28
Eerste mogelijkheid voor wit om de partij te beslissen: 44-40, 39x50 en 4-15.
53.42-38 18-23 54.4-9 28-32
Tweede mogelijkheid: 9-3, 3x30 en 39x48
55.9-4 32x43 56.39x48 23-28 57.44-39 24-30 58.34x25 35-40 59.4-10
En de laatste hoop is vervlogen. Ik kan nog een dam halen, maar moet het dan opnemen tegen een overmacht van 4: 40-45, 45-50 en 50x6

Bord 2
Nico Leemberg (1105) – Jan Hania (990) 2–0
1.34-29 18-23 2.29x18 12x23 3.35-30 7-12 4.30-25 1-7 5.40-34 20-24 6.45-40 24-29 7.33x24 19x30 8.38-33 13-18 9.42-38 9-13 10.47-42 4-9 11.32-28 23x32 12.37x28 30-35 13.41-37 17-22 14.28x17 11x22 15.37-32 22-27 16.31x22 18x27 17.32x21 16x27 18.34-29 13-18 19.40-34 18-22 20.46-41 7-11 21.41-37 11-16 22.50-45 14-20 23.25x14 10x19 24.29-24 19x30 25.34x25 5-10 26.33-29 10-14 27.45-40 12-18 28.40-34 8-13 29.37-31 2-8 30.39-33 14-20 31.25x14 9x20 32.44-40 35x44 33.49x40 8-12 34.43-39 20-25
Tijd voor een diagram.
nw10_3
Zo langzamerhand begint het voordeel voor wit zich was af te tekenen, maar het moet gezegd dat er heel wat spelinzicht voor nodig is geweest om het zo ver te krijgen. Was wit b.v. eerder naar veld 31 gegaan, dan had er vast en zeker weer een ruiltje 22-28 plaatsgevonden.
35.29-23 18x29 36.33x24 3-9 37.34-29 6-11 38.31-26 22-28 39.38-33 28-32 40.29-23 13-18 41.33-29 11-17 42.40-34 9-14 43.48-43 17-22 44.43-38 32x43 45.39x48 27-32
Oh la la! Zou 23-19, 24-20 en 42-38 geen winst opleveren? Zie diagram 2.
nw10_4
Dat zwart het niet ziet is logisch: als je bent ingesteld op vereenvoudigen, zie je dit soort dingen gauw over het hoofd. Maar Nico had het toch moeten zien. Of zag hij het en had hij meer vertrouwen in iets anders?
Wit speelt:
46.42-37 32x41 47.36x47 22-27 48.26-21 18-22 49.21x32 22-28 50.23-18 12x23 51.29x18 28x37 52.18-12 16-21 53.12-7 21-27 54.48-42 37x48 55.7-2 48x13 56.2x5 25-30 57.5-23 27-32 58.23x37 30-34 59.37-28 34-40 60.47-42 40-45 61.28-50 15-20 62.42-38 20-24 63.50-6 24-29 64.6-50 en zwart geeft op.
Toch een mooie winstpartij.

Bord 3
Piet Kuyper (1136)–Richard Bos (1214) 1–1
1.32-28 16-21 2.37-32 11-16 3.41-37 7-11 4.34-30 20-25 5.31-27 25x34 6.40x29 1-7 7.27-22 18x27 8.28-23 19x28 9.33x31 21-26 10.45-40 14-19 11.40-34 10-14 12.44-40 5-10 13.29-24 19x30 14.34x25 15-20 15.39-33 20-24 16.32-28 12-18 17.37-32 26x37 18.32x41
Tjonge jonge jonge! Mag je eens tegen de grote Richard Bos spelen, maak je er zo’n hakpartij van!
18.7-12 19.41-37 16-21 20.37-32 21-26 21.36-31 26x37 22.32x41
Het is een kunst op zich!
22...14-19 23.41-37 2-7 24.46-41 18-23 25.40-34 23x32 26.37x28 12-18 27.34-30 7-12 28.50-45 18-23 29.42-37 23x32 30.37x28
Toegegeven, Richard doet er nu zelf ook wel een beetje aan mee, maar dat is louter met het doel om dan maar te proberen zo veel tempovoordeel op te bouwen dat alsnog dat hakken afgestraft kan worden.
30...12-18 31.45-40 17-21 32.40-34 11-16 33.41-37 6-11 34.38-32 11-17 35.37-31 18-22 36.31-26 13-18 37.43-38
Hier plaatste Richard een vraagteken. Misschien omdat hij 33-29 verwachtte?
37...9-13 38.47-42 22-27
We gooien er maar eens een diagram tegenaan.
nw10_5
39.28-22 17x37 40.42x22 18x37 41.26x17 8-12 42.17x8 3x12 43.48-42 16-21 44.49-43 21-26 45.42-37 13-18 46.43-39 18-23 47.39-34 12-18 48.34-29 23x34 49.30x39 4-9 50.39-34 18-23 51.37-32 27-31 52.25-20 24x35 53.33-29 31-36 55.29x18
En ALS het zo stond … Ja “als”, want zoals Richard al zei had hij een paar foutjes gemaakt in zijn notatie en met “een paar” bedoelde hij niet “twee” maar “twintig”. Er was voor mij af en toe werkelijk geen touw aan vast te knopen en aan de hand van latere zetten moest ik maar herleiden wat er gespeeld was. Enfin, als het zo stond, had hij meteen teruig moeten gooien en had de partij zeker en vast gewonnen. Dat deed hij helaas niet. Tweede diagram, zwart aan zet.
nw10_6
Ik ben nu gevorderd tot de stand van het tweede diagram en wat de notatie daar van maakt klopt helemaal niet meer.
Ik houd me dus van harte aanbevolen voor aanvullingen.

Bord 4
Peter Noé (963)–Mohammed Wagid Hossein (848) 1–1
1.33-28 20-25 2.39-33 17-22 3.28x17 12x21 4.44-39 21-26 5.50-44 11-17 6.32-28 7-12 7.28-23 19x28 8.33x11 6x17 9.39-33 14-19 10.44-39 10-14 11.31-27 17-21 12.36-31 21x32 13.37x28 26x37 14.41x32 16-21 15.46-41 5-10 16.41-37 21-26 17.37-31 26x37 18.32x41 19-23 19.28x19 14x23 20.34-30 25x34 21.40x29 23x34 22.39x30 10-14
Je verbeeldt je toch werkelijk toeschouwer te zijn bij het wereldkampioenschap houthakken!
23.41-37 18-23 24.37-32 14-19 25.33-28 15-20 26.49-44 12-17 27.47-41 13-18 28.41-36 19-24 29.30x19 23x14 30.36-31 14-19 31.31-27 8-12 32.38-32 9-13 33.42-37 18-23 34.43-38 20-24 35.48-43 4-9 36.43-39 1-7 37.44-40 7-11 38.40-34 11-16 39.34-30 17-21 40.45-40 12-18 41.40-34 2-8 42.30-25 8-12 43.34-30 9-14 44.39-34 3-8
nw10_7
Als de notatie klopt, is de stand nu volgens het diagram en zo is er na een geweldige hakpartij zo waar nog een aardig eindspel ontstaan. Tenminste … als de notatie tot zo ver klopt, want ik kan er niet helemaal wijs uit worden. Nu wordt aangegeven 34-29, maar dat lijkt me stug. Jammer, want ik ben toch wel heel benieuwd hoe de remise uiteindelijk tot stand kwam.

Dan nog even een vervolg op de vorige nieuwsbrief.

Twee keer speelde Nico Leemberg tegen Richard Mooser.

Richard Mooser–Nico Leemberg
5-4-1989, Kampioenschap van Kennemerland
1.34-29 17-22 2.40-34 11-17 3.45-40 6-11 4.50-45 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 14-19 13.20-15 10-14 14.40-35 11-16 15.44-40 7-11 16.41-37 2-7 17.46-41 23-28 18.34-29 19-24 19.29x20 14-19 20.33-29 25x14 21.38-33 21-27 22.42-38 19-24 23.29x20 14x25 24.40-34 18-23 25.35-30 17-21 26.26x17 12x21
Wat een prachtige, wonderbaarlijke stand! Hoe moet dat straks aflopen?
27.31-26 7-12 28.26x17 12x21 29.30-24 21-26 30.45-40 11-17 31.40-35 13-18 32.48-42 8-13 33.33-29 6-11
Nu gaat het donderen, dus een diagram.
nw10_8
Waarom hier niet 17-21 gespeeld, zo dacht ik eerst, maar kijk eens wat er komt:
34.39-33 28x19 35.37-32 23x34 36.32x14 9x20 37.15x24 34-40 38.35x44 en wit geeft op, want de combinatie van zwart die volgt, is dodelijk. Een prachtige lokzet dus?

Nico Leemberg–Richard Mooser
27-9-2003, Kampioenschap van Noord-Holland
1.32-28 18-23 2.34-29 23x32 3.37x28 12-18 4.41-37 7-12 5.46-41 16-21 6.31-26 19-23 7.28x19 14x34 8.40x29 21-27 9.35-30 20-25 10.30-24 1-7 11.44-40 10-14 12.24-20 15x24 13.29x20 14-19 14.20-15 9-14 15.50-44 5-10 16.37-32 11-16 17.32x21 16x27 18.41-37 7-11 19.37-32 17-21 20.26x17 12x21 21.33-28 21-26 22.32x21 26x17 23.39-33 25-30 24.44-39 30-35 25.42-37 35x44 26.39x50 11-16 27.50-44 17-21 28.44-39 6-11 29.45-40 11-17 30.40-34 3-9 31.34-29 19-23 32.28x19 14x34 33.39x30 17-22 34.38-32 22-27 35.43-38 10-14 36.37-31 8-12 37.31x22 18x27 38.47-42 12-18 39.42-37 2-8 40.49-43 14-19 41.43-39 19-23
Omdat er in de partij niks gebeurt (nou ja, niks?), hier maar eens een diagram.
nw10_9
42.39-34 18-22
Een aardige ruil, ik denk dat wit het had moeten voorkomen.
43.33-29 21-26 44.32x21 16x27 45.29x18 27-31 46.18x27 31x33 47.30-24 9-14 48.27-22 8-12 49.48-42 33-39
Veelvoudig oppositie, dus zwart moet wat.
50.34x43 14-20 51.24-19 13x24 52.43-39 20-25 53.39-34 24-30 54.34-29 30-35 55.29-23 35-40 56.22-18 12-17 57.18-13 en tot remise besloten.
De tijd werd goed gebruikt, de heren deden er resp.1.58 en 2.1 over, dus de laatste zetten voor de 50 zouden best eens inderhaast gezet kunnen zijn.

Tenslotte:
nw10_10
Wat is dat nu weer voor gekkigheid? Een fragment uit de partij Lim Cheng Bak–Hans van der Veen, gespeeld tussen 1972 en 1975.
Lim, of Bak, kwam uit Singapore en was zo’n beetje de beste speler ter wereld in het spel op de 144 velden, waarbij je met schijven alleen maar vooruit mag slaan. In Canada spelen ze het ook, maar daar mag je weer wel achteruit slaan. Het schijnt dat Portugal de bakermat van deze spelfoort is, maar van de bedenkers zijn geen overlevenden meer.

Je telt gewoon vanaf 1 links boven en zo loopt het door tot en met 72. Die drie witte schijven rechts zijn machteloos, tenzij Bak schijf 15 weet weg te halen. Maar gelukkig is zwart aan zet en neemt dus niet de schijfwinst, maar speelt 13-19. Dan volgt een leuke combinatie:
33-27 !! (22x33) 51-46 (40x51) 45-38 en wit is er door, (32x45) 50x13 (51-58) 59-52 (34-40) 13-8 (42-48) 53x42 (40-47) 8-1 (58-63) 1-66 en zwart gaf het op.
Je zou denken dat je met dit spel lekker op combinaties kunt spelen, maar dat valt vies tegen. Het is veel meer een spel van tempo’s berekenen en zorgen voor rugdekking.

vrijdag 18 februari          
peter noé - chris de jonge 2 - 0
nico leemberg - hans van der veen 1 - 1


Twee aardige partijen. Peter bood remise aan en Chris weigerde. Dat is altijd link, want hoe vaak niet is Boontje reeds om zijn loontje gekomen?
Ik noteerde deze stand, niet omdat er wat in zit, maar omdat het sterk doet denken aan een probleempje uit Wereldoorlog I, waar Rob Holtjer de vorige week mee kwam aanzetten. Zie onder. In het probleem is het de vraag of wit 31-26 mag spelen en het antwoord is: neen!
Zie diagram.
nw11_2
nw11_1
In het diagram hierboven, de stand tussen Peter en Chris, is zwart aan zet en speelt inderdaad 13-19. Zou wit nu vervolgen met 35-30, dan kon warempel dezelfde grappenmakerij ontstaan, maar nu een rij verder, dus met remise tot gevolg.. Wit ruilt echter 29-24 19x30 35x24, komt veel sterker te staan en zal ook met de volle winst richting Wervershoof trekken. Of dat terecht was, moet de lezer maar uitmaken. Ik geloof dat Chris volgde met 16-21 27x16 18-22 28-23 22-27 24-19 14-20 19-13 27-32 13-9 32-37 9-3 20-25 3x21 37-41 en na nog een paar zetten gaf Chris het op.

“Hoe talrijk zijn niet de spelers die niet op eigen kracht een dampartij kunnen volbrengen. Met openingsvarianten en theoretische bagage proberen zij zich staande te houden. Nadenken is er niet meer bij. Of om met Hein Donner te spreken: “Zij weten veel, die spelers van tegenwoordig. Meer dan wij wisten. Maar wij moesten dan ook denken, omdat wij niet zo veel wisten.” De kern van de zaak is hiermee geraakt. Juist door niet zo veel te weten, worden spelers van de eerste zet gedwongen om na te denken. Dat het daarbij wel eens een enkele keer mis kan gaan, spreekt voor zich. Dammen is een denksport en wie nadenkt maakt fouten. Gebrek aan kennis leidt daarentegen ook tot grappige voorvallen. Zo weet één van mijn teamgenoten te melden dat ik in mijn partij een soort Georgiev-systeem hanteerde. Heb ik werkelijk nog nooit van gehoord. Per ongeluk op het bord gekregen. Ander grappig voorval doet zich voor in een andere partij. Sluw werk ik in het middenspel toe naar een combinatiedreiging die mij vaag bekend voor komt. Na uitvoering van het zetje kan ik toch werkelijk niet op de naam komen. M.D. fluistert het mij in het voorbijgaan in. Een Coup Springer is het geweest. Mijn tegenstander heeft de naam wel piraat, maar tippelt er toch in. Dus wat is belangrijker: theoretische kennis of gewoon goed nadenken?”
Dit heb ik zelf niet bedacht, maar het komt uit het boekje van Evert Dollekamp: Wie door de week traint, is ’s zondags moe. (204 blz, te bestellen door € 13,00 over te maken (inclusief verzendkosten) naar P4492438 ten name van E. Dollekamp, Leiden, onder vermelding van “boek” en adresgegevens)

Maar nu nog even die andere partij. Eerst maar eens de stand na de 18de zet van wit.
nw11_3
Door gebrek een theoretische kennis, maar zeker ook door niet mijn eigen spelletje te spelen, maar de tegenstander te volgen in zijn opzet, heb ik mezelf in een allerverschrikkelijkste situatie gemanoeuvreerd. Het beste was misschien nog wel 2-7. Op alle zetten volgt vermoedelijk 31-27. Ik koos uiteindelijk maar voor 20-24 en zo won Nico een schijf: 19.31-27 22x31 20.36x27 15-20 want 18-22 haalt niets uit. 247-41 18-23 22.41-36 10-15 23.34-29 23x34 24.40x29 24-30 25.35x24 19x30 26.36-31 2-7 en nu pas 27.28-22 enzovoort en schijfwinst. Met een schijf achter heb je vaak weinig aan theoretische kennis: je zult moeten rekenen. En dat rekenwerk zorgde er voor dat de stand na de 46ste zet van wit was volgens het tweede diagram.
nw11_4
Met een schijf achter levert het rekensommetje van Theun Zwier toch altijd nog een voordelige score van 27-23 voor zwart op en dat is ondanks de beroerde stand een opsteker. 46...24-30 47.31-27 30x39 48.33x44 Misschien was weglopen met 34-29 wel beter geweest. 48...25-30 49.48-42 Niet zo’n eenvoudig keus. Met 48-43 kan 30-34 worden voorkomen en na 43-38 komt het op hetzelfde neer. 49...30-34 50.50-45 Op 42-38 volgt (18-23) en moet er weer naar achteren worden geruild, dus een afwachtende zet. 50...18-23 51.42-37 Op 42-38 volgt nu (17-21) waarna 27-22 niets oplevert: (21-26) 51...17-21 52.37-31 21-26 53.44-40 26x37 54.40x18 37-41 55.18-12 41-46 remise.

Even terug naar de vorige week, en wel de partij van Peter Noé tegen Mohammed Wagid Hossein.
Peter mag dan af en toe een notatiefout maken, zijn geheugen is sterk genoeg om dat te compenseren. Dit was de stand aan het slot van de partij, met zwart aan zet.
nw11_5
Op 12-18 kan 34-29, 28-23, 38-33 en het is nog net remise! Zwart had het misschien allemaal wel berekend en niet vertrouwd, want hij speelde 24-30 en dat was ook meteen remise.
Was dat zetje nodig? Op 21-26 is 35-30 en 33-29 wel aardig, dus resteert eigenlijk alleen nog 12-17 27-22 21-26 22x11 16x7 35-30 24x35 33-29 13-18 29-24 en dat zal ook wel remise opleveren, maar het geeft toch nog spel.

Nog even kijken hoe onze halfbroeder Cor het doet. De partij werd op 13 februari jl gespeeld op Texel:Nog even kijken hoe onze halfbroeder Cor het doet. De partij werd op 13 februari jl gespeeld op Texel: Piet Bakelaar – Cor Westerveld (allebei voorheen Schagen!)
Piet Bakelaar – Cor Westerveld (allebei voorheen Schagen!)
nw11_6
Wit staat al glad verloren en zou hier het beste kunnen kiezen voor 39-33 17-22 27-21, maar hij speelt, wellicht in tijdnood:
27-21 26-31 21x23 31x42 23-18 42-47 18-12 47x15 12-7 3-8 45-40 35x33 7-1 33-39 43x34 8-12 en het is uit. Mooie winst.

Dan nog maar een paar dingetjes van vroeger. Rien Commandeur schreef een prachtig artikel over Anton Grooteman en het dammen in Wervershoof, in ‘Skriemer’, het jaarboek van de historische vereniging aldaar. Cor W. en schrijver dezes mochten hem daarbij een paar keer behulpzaam zijn en zo vond ik een paar aardige fragmentjes.

Anton Grooteman (1914-1982) uit Wervershoof was een groot dammer, maar op 2 maart 1957 kwam hij tegen Jan Bom wel wat makkelijk aan de punten. Zie rechts. nw11_7
Zwart (Bom) speelde hier 12-17, waarop Grooteman met 34-30 2-8 30-24 een schijf en de partij won.
Had Bom nu niets beters kunnen spelen?

In oktober 1938 werd Anton Nederlands Kampioen van de Rooms Katholieke Dambond. Jan Meester, eveneens uit Wervershoof, werd tweede.
Het spande er nog wel om want in de laatste wedstrijd moest hij remise spelen tegen H. van Nieuwkerk. Zou Anton verliezen, dan was Van Nieuwkerk kampioen.
nw11_8
In deze stand speelde Van Nieuwkerk met zwart 6-11 en na een mooi eindspel werd het remise. Anton gaf zelf kort daarna in het tijdschrift van de RK Bond aan, dat Van Nieuwkerk zo maar had kunnen winnen als hij had gespeeld:
16-21 27x16 26-31 32-28 31-37 28-23 18-22 23-19 37-41 19-14 41-47 enzovoort.
Misschien had hij gelijk, misschien niet. Het woord is aan de lezer! Pas op, het is nog leuk genoeg!
Tegenover deze paar voorbeelden stonden trouwens heel veel partijen waarin Anton op prachtige wijze wist te winnen.

vrijdag 4 maart 2011   (30-minuten partijen)      
chris de jonge - richard bos 0 - 2
nico leembeg - peter noé 1 - 1
peter noé - richard bos 0 - 2
hans van der veen - nico leemberg 1 - 1
richard bos - nico leemberg 0 - 2
hans van der veen - chris de jonge 2 - 0
stand   + = - pnt  
nico leemberg 5 3 2 0 8 1,600
richard bos 6 4 1 1 9 1,500
hans van der veen 5 2 3 0 7 1,400
peter noé 6 0 2 4 2 0,333
chris de jonge 6 1 0 5 2 0,333

 


Eerst moet er iets recht gezet worden van de vorige week:

26 februari 2011          
enkhuizer damclub - sport na arbeid 2 4 - 2
richard bos - ritchie wijnker 1 - 1
nico leemberg - coen jong 0 - 2
hans van der veen - bertus groot 2 - 0
chris de jonge - maarten van leenen 1 - 1

 

Wederom een gelijkspel, het maakt ons niet uit wie de tegenstander is, voor een puntendeling zijn we altijd te vinden. Het begon allemaal goed:

Maandag 20 december 2010
Omdat we al weer een poosje droog liggen, maar even iets uit de oude doos.

diagram 1Gerrit Spijker was al voor de oprichting van de Enkhuizer Damclub (1906) in de wijde omgeving bekend als een sterke speler. De grote kampioenen De Haas en Battefeld trokken in die tijd door het land om simultaans te geven en clubs op te richten. Op 3 maart 1906 deed hij dat ook in Enkhuizen en verloor er zowaar twee: van Jacob de Jong en van Gerrit Spijker. Een dag daarvoor had Gerrit in Alkmaar al remise tegen De Haas gespeeld. Men zegt dat Spijker in een rechtstreeks duel met beide heren wellicht ook de sterkste zou zijn geweest.
Maar zoals dat gaat, hij verhuisde naar het oosten van het land en E.D.C. moest het zonder hem stellen. Af en toe kwam hij terug en zo gaf hij zelf in 1939 een simultaan, waarin hij alle partijen met wit speelde.

Dit kwam in de simultaan voor. Zwart aan zet, gaf de partij op. Niet nodig, want er is redding:
(6-11), 7x16 (26-31), 37x17 (45-50)  remise.