We mogen weer dammen...

Damvrienden

We mogen weer dammen, gewoon tegenover elkaar en er hoeft geen schotje tussenin. De afstand tussen de borden moet wel anderhalve meter blijven en als je bij een andere partij wilt kijken, moet je anderhalve meter afstand houden. En analyseren na afloop mag niet.

Hoe dat komt? Ze mochten weer voetballen, mits die anderhalve meter in acht genomen werd, maar de deskundigen ontdekten al snel dat dat niet te doen was. Dus kwam de eis voor voetballers te vervallen. Maar hoe moet het dan met rugby? Nou, die ook maar. En met hockey? Weet je wat, we laten het voor ALLE sporten vervallen. Niemand had eraan gedacht dat dammen ook een sport is. Niks zeggen dus maar.

Ik heb een waarschuwing voor als de clubavonden weer beginnen en je gaat er op de fiets naar toe: zorg dat je licht in orde is, want anders vergaat het je misschien wel net als H. van Doorn in februari 1934:

1

Hij mocht dus kiezen: drie gulden betalen of drie dagen zitten. Wat? Drie dagen in de cel omdat je licht het niet doet? Zo ging dat vroeger, en je kwam ook nog met je volledige naam in de krant.

Die Van Doorn was een heel aardige dammer, op wie ik nog wel eens terug zal komen. Maar nu onze voorvaderen van E.D.C. Piet Kort was er in 1906 al bij en na de oorlog was hij nog altijd lid van de club. Hij is nooit getrouwd en woonde in een oude boerderij op de hoek van het Handvastwater en de Noordergracht, oftewel Modderpomp. Hij was dus feitelijk een overbuurman van me en ik heb hem dan ook nog wel gekend. Hij was zo arm, dat Thomas Lub meestal zijn koffie betaalde, maar toen hij overleed, bleek hij een kapitaal na te laten. Maar hij was ook een van de sterkste dammers van de club. Dus op zoek naar zijn partijen.

23 

Klaas Mantel was ook de minste niet en was ook lid van de club sinds de oprichting. En jaren lang een trouw lid, hij was er nog bij toen ik bij de club kwam zo rond 1960. Zijn stand is zodanig dat je je gaat afvragen of het niet allemaal bedacht is. Ik weet niet wat zijn laatste zet was, maar als 29 bijvoorbeeld nog op 23 staat en 44 op 50, dan staat hij helemaal niet slecht.

Ik ga niet vertellen hoe wit hier won, dat moet u zelf maar uitzoeken.

Deze kwam uit het Westfriesch Dagblad Onze Courant van 12 mei 1934. De volgende uit dezelfde krant van 12 september 1933.

44a

Ik geef het onmiddellijk toe: de diagrammen waren net zo beroerd als tegenwoordig in het Noordhollands Dagblad, maar gelukkig noteerden ze de stand ook in cijfers. Hier deden ze het niet, daarom doe ik het maar:
zwart op 3, 26, 27 en 34 en wit op 7, 19, 36 en 42.

Jan Broertjes en Jan Singer woonden in Venhuizen en fietsten vanaf 1924 elke week samen naar de clubavonden in Enkhuizen. In het begin waren ze vrijwel even sterk, maar naderhand ontwikkelde Jan Singer zich tot een hele sterke dammer. En problemist. Beide dammers haakten in de oorlogsjaren af, ook omdat er intussen in Venhuizen een club was. Broertjes sleet de laatste jaren van zijn leven in Overvest, Singer bleef tot zijn dood met zijn vrouw wonen aan het eind van de Kerkweg, tegenover de kerk die er intussen al niet meer staat. Ik kwam af en toe wel bij hem thuis en dan kwam er altijd prompt een blikken trommeltje uit de kast, dat vol zat met problemen en partijfragmenten. Zo wist ik hem ook over te halen om weer op de club te komen.

Dit is een probleempje van hem:

5

Zeven om zeven en een stand die in een partij zou kunnen voorkomen.
Moeilijk is hij niet, leuk wel en hij voldoet ook nog aan de scherpe regels.

Dan nog eentje van vijf jaar lang geleden: ik speel met wit tegen mijn zoon Victor, die 29-34 speelde. Daar mag u rustig eens even op zitten borduren. Kijk maar eens wat er allemaal kan gebeuren als wit nu 38-33 of 35-30 speelt.

6